Herdenking Verzetsgraf Westerbork 29-04-2010
Herdenking verzetsgraf Westerbork Op woensdag 28 april vond een herdenking plaats bij het Verzetsgraf naast voormalig kamp Westerbork. Deze herdenking wordt eens in de vijf jaar gehouden ter herinnering aan de verzetsdeelnemers die in kamp Westerbork gevangen zaten en aan de verzetsstrijders en Joodse kampgevangenen die bij het crematorium zijn gefusilleerd en/of daar zijn verast. Op die woensdag waren bijna dertig leerlingen uit 3h1 en 3h2 hierbij – op verzoek van Herinneringscentrum Kamp Westerbork – aanwezig. We werden daarbij eerst bij het Herinneringscentrum welkom geheten en daarna samen met een grote groep marechaussees, (nabestaanden van) verzetstrijders en Joodse kampgevangenen en andere belangstellenden per bus naar het voormalige kampterrein vervoerd. Onze leerlingen gingen vervolgens vooraan de stoet die langzaam richting het monument liep. Hier begon de herdenking met een korte inleiding door Chantal Hemme en Marnix Meijer, beiden uit 3h1. Chantal las hierbij een briefje voor die een verzetsstrijder kort voordat hij vermoord werd aan zijn familie schreef. ‘Zojuist is de doodstraf voor ons uitgesproken. We zullen elkaar hier op aarde niet weer zien lievelingen. Ik dank jullie allen voor jullie goede gaven aan mij. Weest niet bezorgd om mij. De hemel is mijn vaderland. Daar hoop ik jullie ook allen weer te zien. Vaarwel lieverds, ontvang een dikke afscheidszoen van mij. Ik ben helemaal niet angstig of bedrukt, want ik ga naar mijn Vader in den Hemel, naar mijn eeuwig Vaderland. Wees dus niet bedroefd om mij hoor. Dag lieve vader en moeder. Het ga jullie allen goed. Groet alle vrienden en bekenden van mij, onze gehele familie, de dominee, familie Stevens, familie De Lange, mijn leraren en schoolvrienden. Rieks en Minke, nog gefeliciteerd met de kleine. Wat ik schrijf ik slecht he? Dat komt van de pen hoor.’ Marnix vertelde daarna duidelijk waarom we allen op die plek aanwezig waren. ‘Deze woorden schreef Jans Diemer op 20 september 1943 aan zijn familie, vlak voordat hij vermoord werd. Vandaag staan wij hier op de plek waar eens het crematorium stond: voor hem, maar ook voor de 9 anderen die deze dag de dood vonden, 52 andere verzetmensen en Joodse slachtoffers die in dit crematorium verbrand werden, alsook al de overige – hoeveel is onbekend – verzetsmensen die via kamp Westerbork werden weggevoerd.’ Tijdens de herdenking vertelden een aantal kampoverlevenden kort hun verhaal. Luitenant-generaal mr. Dick van Putten, commandant Koninklijke Marechaussee, stond in zijn overdenking stil bij de rol van de Marechaussee tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zo waren marechaussees betrokken bij de bewaking van kamp Westerbork en bij de transporten naar het kamp. Van Putten vroeg zich in zijn overdenking af of de Marechaussee niet op de verkeerde plaats in een verkeerde tijd verkeerde taken hebben uitgevoerd. Het geheel werd afgesloten met het leggen van kransen – waarbij Janine Kroesen, Carlijn de Boer, Angela Bakker en Jesper Kroesen mochten assisteren – en het leggen van bloemen. Ook namens de nieuwe veste hebben we dertig mooie rozen achtergelaten aan hen ‘die de moed hadden om op te staan en te zeggen “we pikken het niet langer,” aldus één van de overlevenden. Na de herdenking hadden we nog de gelegenheid om een half uurtje met de kampoverlevenden te spreken. Rabbi Vorst vertelde daarin bijvoorbeeld hoe hij als driejarig jongetje in Westerbork en later in Bergen-Belsen terechtkwam. En vooral liet hij in zijn verhaal merken hoe belangrijk het is om dit soort herdenkingen toch te blijven organiseren: ‘blijf positief en geniet, maar denk af en toe ook terug aan vroeger, aan de mensen zoals mijn moeder die het niet hebben overleefd.’ Of zoals Bilderdijk het volgens hem zo mooi schreef: In het heden ligt het verleden; In het nu wat komen zal. Ellen Kemna Mark Schuitema



terug |